Hoe overleef ik… insecten.
Insecten zijn van levensbelang voor ecosystemen, maar kunnen voor dieren als de mens vervelend zijn, zeker in de zomer. Hoe voorkomen we overlast, zonder direct naar de gifspuit te grijpen?
Een wesp in je sok. Bijen in de spouwmuur. Nachtelijk gezoem van muggen, en vliegen op je taart. Voor veel Nederlanders zijn insecten typische not in my backyard-fenomenen. Ja, het is levensbelangrijk dat ze er zijn, maar liefst een eind bij je vandaan.
In deze aflevering van de serie ‘Hoe overleef ik de zomer’ bespreekt bioloog Arnold van Vliet (Wageningen University & Research) hoe we op een voor de natuur verantwoorde manier minder last van insecten kunnen hebben.
Deze serie van Nemo gaat over hoe we vervelende zaken in de zomer ‘overleven’. Klopt het dat jij het eigenlijk belangrijker vindt hoe we zorgen dat meer insecten overleven?
“Ik zit inderdaad met een dilemma rond dit soort onderwerpen. Ik snap dat mensen last ervaren van processierupsen en bladluizen en we moeten daar wat mee. Maar we moeten insecten niet framen als probleem; het lage aantal insecten is, ook voor ons als mensen, een veel groter probleem.
Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat de biomassa aan insecten sinds 1989 met zo’n 75 procent achteruitging. Ik zit nu buiten bij ons kantoor onder een berkenboom en kijk naar onze tuin: een super soortenrijk en half-natuurlijk grasland vol bloemen, maar ik zie op dit moment slechts één insect, een zweefvlieg. Daar krijg ik spontaan kippenvel van. Het zou hier moeten wemelen van de insecten.”
Lees hier het volledige artikel.
