Knippen in het DNA om de mens te verbeteren, is dat een goed idee?

Mag je technologie inzetten om het DNA van mensen te veranderen? En zo ja, mag dat dan alleen om erfelijke ziektes te voorkomen of ook om betere langebaanschaatsers te ‘maken’?
‘Zou jij willen dat je ouders vooraf iets aan jou hadden veranderd?’ Zo luidt een van de vragen uit De DNA Dialogen, een interactieve theatervoorstelling die de ethische discussie over DNA-technologie wil aanzwengelen.

Centraal staat de technologie Crispr-Cas, een ‘moleculaire schaar’ waarmee wetenschappers het DNA van mens, dier en plant kunnen knippen en plakken. Gebruik van Crispr-Cas op mensen is nu nog verboden, maar de ontwikkeling van de technologie schrijdt ondertussen voort.

In De DNA Dialogen worden voor- en nadelen van Crispr-Cas tegen elkaar afgewogen. Door te knippen in menselijk DNA kunnen mogelijk tal van erfelijke ziektes in de kiem worden gesmoord, zoals sikkelcelanemie en thalassemie. Maar tegen welke prijs?

Kwaadaardige tovenaarsleerlingen
“Wat ik moeilijk vind aan de discussie over Crispr-Cas, is dat er door veel wetenschappers over wordt gesproken alsof je de mens op een tekentafel opnieuw kunt ontwerpen”, zegt filosoof en schrijver Désanne van Brederode. “Door die maakbaarheidsgedachte ga je op een scheve manier naar het menselijk bestaan kijken. Want dat bestaan behelst veel meer dan een genetische collage.

Lees hier het volledige artikel.