Het menselijk brein is veel zachter dan we altijd dachten. Sterker nog: het gedraagt zich bijna als een vloeistof. Dat blijkt uit nieuw MRI-onderzoek van Marius Burman Ingeberg, die op 1 mei promoveerde op dit onderwerp. De ontdekking verandert onze kijk op de hersenen en kan helpen om hersenaandoeningen beter te begrijpen.
Elke seconde pompt het hart bloed naar het brein. Daardoor bewegen de bloedvaten en het hersenweefsel heel licht mee. “Deze verplaatsing is extreem klein,” zegt promovendus Marius Burman Ingeberg. “Maar als je het brein zo groot zou maken als de aarde, dan zijn die bewegingen zo groot als de Mount Everest.”
Samen met universitair hoofddocent Jaco Zwanenburg van het UMC Utrecht bracht hij deze subtiele bewegingen voor het eerst nauwkeurig in beeld met een nieuwe MRI-techniek.
De uitkomst was verrassend: het brein is honderden keren minder stijf dan eerder gedacht en gedraagt zich bijna als een vloeistof. “In het begin dachten we dat we een fout maakten,” vertelt Marius. “Maar na herhaalde metingen bleek het echt zo te zijn.”
Volgens hem past deze uitkomst goed bij de huidige inzichten over ons brein: “In het brein stromen voortdurend voedingsstoffen naar binnen en afvalstoffen naar buiten. In zachter weefsel kunnen die vloeistoffen zich makkelijker verplaatsen.”
Lees hier het volledige artikel.
