Mensen moeten langer thuis blijven wonen. Dat klinkt logisch. Bijna vriendelijk zelfs. Want wie wil er nou niet zo lang mogelijk in zijn eigen huis blijven? Maar wat in beleid een wens is, is in de praktijk steeds vaker een noodzaak geworden.
Mensen blijven niet thuis omdat het goed gaat. Ze blijven thuis omdat er geen alternatief is.
De opname in een verpleeghuis of andere zorginstelling komt later. Veel later. Soms pas als het echt niet meer gaat. Als nachten onrustig worden. Als iemand begint te dwalen. Als vallen geen incident meer is, maar een risico dat altijd op de loer ligt. Als het ‘netwerk’ het echt niet meer redt.
En in die lange periode daarvoor gebeurt iets wat je niet terugziet in beleidsstukken.
Lees hier het volledige artikel.
