Mensen met een donornier lopen meer gezondheidsrisico’s dan mensen die geen niertransplantatie hebben ondergaan. Voedingskeuze speelt hierbij een belangrijke rol. Dat blijkt uit onderzoek van Sietske Doorenbos, arts-onderzoeker interne geneeskunde bij het Universitair Medisch Centrum Groningen, waarop 1 april promoveerde.
Weinig groenten, fruit en vezels
Uit het onderzoek van Doorenbos bleek dat de meeste patiënten met een donornier te weinig groenten, fruit en vezels eten. De vitamine C-inname bleek een knelpunt: meer dan de helft had een te lage vitamine C-status. Uit eerder onderzoek was al bekend dat mensen met nierschade structureel lagere vitamine C-waarden in hun bloed hebben.
Eiwit en creatinine
De eerste 3 maanden na een niertransplantatie, geldt voor transplantatiepatiënten standaard een eiwitverrijkt voedingsadvies van ongeveer 1,2-1,5 gram eiwit per kilo lichaamsgewicht. Doorenbos verwacht dat er ook na deze herstelfase een verhoogde eiwitbehoefte is. Ze zag dat transplantatiepatiënten die relatief weinig eiwit binnenkregen een hogere kans hadden om te overlijden, ook als ze nog niet ondervoed leken. Vrouwen bleken hierbij extra kwetsbaar. Daarnaast keek Doorenbos naar creatinine, een stof die belangrijk is voor spieren en energie. Hogere creatinewaarden in de spieren bleken samen te gaan met een betere overleving, vooral bij vrouwen.
Lees hier het volledige artikel.
