Onderzoekers vinden nieuwe test om baarmoederhalskanker op te sporen

‘Beter en vrouwvriendelijker’.
Het screenen op baarmoederhalskanker kan efficiënter, denken Groningse onderzoekers. Een nieuwe test zou het bevolkingsonderzoek ook nog eens goedkoper kunnen maken.
De screening op baarmoederhalskanker is in Nederland goed geregeld. Vrouwen boven de 30 krijgen elke vijf jaar een oproep om een uitstrijkje te laten maken bij de huisarts of thuis een zelftest te doen. Met deze test sporen artsen afwijkende cellen op die een voorloper van kanker zijn. Zo worden veel gevallen van kanker voorkomen. Maar volgens onderzoekers van het Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG) en hun spin-off CC. Diagnostics kan de huidige screening beter en vrouwvriendelijker.

Het grote probleem met de screening op baarmoederhalskanker is dat ongeveer 50 procent van de vrouwen zich niet laat testen, vertelt Ed Schuuring, hoogleraar moleculaire oncologische pathologie bij het UMCG. “Terwijl we weten dat bijna alle jonge vrouwen ooit besmet worden met het humaan papillomavirus, de belangrijkste veroorzaker van baarmoederhalskanker.”

Daarom worden alle uitstrijkjes eerst getest op aanwezigheid van HPV, vertelt Bea Wisman, universitair docent van de afdeling gynaecologische oncologie van het UMCG: “Als dit virus aanwezig is, heb je een hogere kans op kanker.” Is de test positief, dan is de tweede stap een analyse door een patholoog. Die bekijkt de afwijkende cellen en bepaalt of het kankercellen zijn. “Zo ja, dan word je doorgestuurd naar een gynaecoloog.”

Lees hier het volledige artikel