Nederlanders kunnen door lekkende gasfornuizen te veel van het kankerverwekkende benzeen binnenkrijgen, blijkt uit internationaal onderzoek van de Stanford-universiteit. Hoe gevaarlijk is dit ‘ondergerapporteerde gezondheidsrisico’?
Fijnstof, koolmonoxide, stikstofdioxide – bij koken op gas komen flink wat schadelijke stoffen vrij. Voor stikstofdioxide was dat bij een kwart van de huishoudens zelfs meer dan gezondheidsnormen toestaan, constateerde TNO een aantal jaar geleden. Het gevolg: een verhoogde kans op astma, longkanker en hart- en vaatziekten.
Een studie die deze week verscheen in het vakblad Environmental Research Letters voegt nog een boosdoener toe aan het rijtje schadelijke stoffen: benzeen. Dat ontdekten Amerikaanse onderzoekers nadat ze monsters hadden afgenomen in 35 keukens in Nederland, Italië en het Verenigd Koninkrijk.
Het aardgas in de gasleidingen bevat behalve het hoofdbestanddeel methaan ook sporen van andere gassen, waaronder benzeen. Benzeen kan bij langdurige of grote blootstelling leiden tot kanker, vooral leukemie. Daarom kent de Europese Unie (EU) strenge regels; omgerekend komen die erop neer dat per honderdduizend mensen er maximaal drie tijdens hun leven leukemie mogen krijgen door blootstelling aan benzeen. Per 2030 gaat de EU-grenswaarde omlaag naar twee; de WHO-adviesnorm is één.
Lees hier het volledige artikel
