Vijf vragen over slaap.
Iemand die 80 jaar wordt, slaapt in één mensenleven waarschijnlijk meer dan 200 duizend uur (zo’n 23 jaar). Slaaponderzoeker Martin Dresler legt je uit hoe je dat zo goed mogelijk doet.
Vanuit evolutionair opzicht is slapen een bijzonder vreemde bezigheid. Je sluit als het ware alle zintuigen af. In de veiligheid van onze slaapkamer is dat niet zo’n punt, maar vroeger op de savanne, tussen de slangen en leeuwen, was dat zeer onhandig. Dat de evolutie ons deze gevaarlijke bezigheid niet afleerde, geeft volgens Dresler aan hoe belangrijk slaap is. “Het laat zien dat slaap essentiële biologische functies heeft”, aldus de wetenschapper van het Donders Instituut van de Radboud Universiteit, dat zich met name toelegt op onderzoek naar de hersenen.
Waarom slapen we zo ongelooflijk veel?
“Naar de functies van slaap is veel onderzoek gedaan. Slaap ruimt afvalstoffen in de hersenen op en reguleert het energieverbruik en de eetlust: bij slaaptekort eten we calorierijker, waardoor de kans op gewichtstoename groter is. Slaap ondersteunt ook het immuunsysteem, reguleert en stabiliseert je stemming, zorgt voor opbouw en herstel van weefsels en eiwitten, helpt bij de emotionele verwerking en verbetert geheugen, aandacht en concentratie. En dan zijn er nog veel zaken waarvan we nog niet zeker zijn. We denken bijvoorbeeld dat dromen dienen als een soort virtuele realiteit, waarin we gedrag alvast kunnen oefenen voor bedreigende situaties, die we niet echt kunnen uitproberen. Je kan in je dromen bijvoorbeeld met een ander mens of met een wild dier vechten.”
Lees hier het volledige artikel.
