Een onderzoeksteam van de Universiteit Twente en het Radboudumc heeft een belangrijke stap gezet richting veilig gebruik van 3T MRI-scans bij patiënten met Deep Brain Stimulation (DBS). Met een aangepast scanprotocol lijkt het mogelijk om elektroden na implantatie nauwkeurig én veilig in beeld te brengen, wat het behandelproces kan verbeteren.
In Nederland worden jaarlijks ongeveer 1.700 nieuwe gevallen van de ziekte van Parkinson vastgesteld. Hoewel de ziekte niet te genezen is, kan DBS bij sommige patiënten symptomen verlichten. Bij deze behandeling worden elektroden diep in de hersenen geplaatst die specifieke gebieden elektrisch stimuleren. Omdat deze doelgebieden vaak slechts enkele millimeters groot zijn, is een uiterst precieze plaatsing essentieel.
Huidige behandeling
Momenteel wordt voorafgaand aan de operatie een MRI-scan gebruikt om de hersengebieden in beeld te brengen. Na de implantatie wordt meestal een CT-scan gemaakt om de positie van de elektroden te controleren. Door deze beelden te combineren, bepalen artsen of de elektroden goed geplaatst zijn. Beide technieken hebben echter beperkingen: CT toont de elektroden duidelijk, maar geeft weinig detail van het omliggende hersenweefsel, terwijl MRI juist veel detail biedt maar na implantatie doorgaans niet veilig kan worden gebruikt.
“Met ons aangepaste 3T‑protocol kan dat dus wél,” stelt het onderzoeksteam. Hierdoor zou het mogelijk worden om direct na de operatie met MRI te controleren of de elektroden correct zijn geplaatst en de stimulatie daarop af te stemmen.
Lees hier het volledige artikel.
