Onderzoekers van Amsterdam UMC hebben, samen met collega’s van over de hele wereld, aangetoond dat een nieuw bloedverdunnend medicijn, asundexian, de kans op een nieuwe beroerte met ongeveer 25 procent verlaagt. Belangrijk daarbij was dat het medicijn niet méér ernstige bloedingen veroorzaakte, wat een bekende bijwerking is bij krachtige bloedverdunners. Dat blijkt uit een grote internationale studie met meer dan 12.000 patiënten die een herseninfarct of TIA hadden gehad.
In de OCEANIC-STROKE-studie waren patiënten betrokken met een herseninfarct (waarbij een bloedstolsel een bloedvat in de hersenen afsluit) of een TIA (tijdelijke doorbloedingsstoornis in de hersenen). De patiënten kregen binnen 72 uur een standaardbehandeling met bloedplaatjesremmers. De helft van hen kreeg daarbovenop dagelijks het middel asundexian, de andere helft een placebo. De patiënten werden gemiddeld anderhalf jaar gevolgd.
Hoop op bescherming
In de placebogroep kreeg 8,4 procent opnieuw een beroerte. In de groep die asundexian gebruikte, was dat 6,2 procent. Dat betekent een relatieve daling van het risico op een nieuwe beroerte met 26 procent. Ook het gecombineerde risico op overlijden door hart- en vaatziekten, hartinfarct of beroerte was lager bij gebruik van asundexian. “De resultaten van de OCEANIC-STROKE studie duiden erop dat dit middel een belangrijke aanvulling zou kunnen zijn op de huidige behandeling om nieuwe beroertes te voorkomen”, zegt Jonathan Coutinho, neuroloog bij Amsterdam UMC. Hij was een van de projectleiders in Nederland. “Deze resultaten geven hoop op betere bescherming tegen herhaling van een beroerte voor een grote groep patiënten.”
Lees hier het volledige artikel.
