Onderzoek laat zien dat de onzichtbare mentale last in veel relaties ongelijk verdeeld blijft. Kan dat niet anders?
Is je dochter al toe aan een grotere fiets? Ligt er een passend cadeautje klaar voor het jarige neefje? Wanneer zijn de bedden voor het laatst verschoond? Is het weer tijd voor een tandartsafspraak? En lijkt het maar zo of zit je zoon de laatste tijd niet zo lekker in zijn vel?
Het runnen van een huishouden kost, zeker bij gezinnen, een boel tijd en energie. Sowieso om al die klusjes uit te voeren, maar misschien nog wel meer door wat daaraan voorafgaat. Op tijd zien dat iets moet gebeuren of aandacht nodig heeft, uitzoeken hoe de klus het best kan worden aangepakt, de knoop doorhakken, en vervolgens besluiten wie het wanneer gaat doen.
Terwijl stellen hun best doen om de fysieke uitvoering van de huishoudelijke taken onderling eerlijk te verdelen, lijkt deze onzichtbare mentale en emotionele werkdruk van monitoren, vooruitkijken en plannen overwegend op de schouders van de vrouw neer te komen. Is dat ook echt zo? Waardoor komt dat dan? En kan die mentale last ook eerlijker verdeeld worden?
Werk en zorg
Eerst maar eens wat cijfers. Voor zover die er zijn dan. “Onderzoek naar de verdeling van huishoudelijk werk kent sowieso nog geen lange geschiedenis”, vertelt Katia Begall, die als familie-socioloog aan de Radboud Universiteit onderzoek doet naar de taakverdeling in gezinnen. “Zeker tot halverwege de vorige eeuw werd het huishouden vanzelfsprekend gedaan door de vrouw. En toen we eenmaal zijn gaan meten, werd alleen gekeken naar de fysieke taken, zoals wassen, koken en poetsen.”
Lees hier het volledige artikel.
