Patiënten kunnen er sneller terecht en ze zijn goedkoper. Toch zijn die klinieken een existentiële bedreiging voor de zorg, vinden de traditionele ziekenhuizen. Hebben ze een punt?
De klinieken helpen patiënten sneller en goedkoper – dus waarom vinden ziekenhuizen ze dan ‘een bedreiging voor de zorg’?
Huisarts Emily loopt met haar gezin door het centrum van Parijs als een allesverzengende pijnaanval haar vakantie verpest. Galstenen, alweer. Enige remedie: in foetushouding op bed en maar hopen dat de pijn niet dagen aanhoudt. Medisch onderlegd als ze is, weet ze: mijn galblaas moet eruit. En snel ook, als zo’n aanval onder werktijd komt opzetten, moet ze alle patiënten in haar wachtkamer naar huis sturen.
Emily (die vanwege herkenning door patiënten niet met haar echte naam in de krant wil) heeft al eens bij haar regionale ziekenhuis naar de operatiemogelijkheden gevraagd en was zich een ongeluk geschrokken. Minimaal een half jaar wachttijd, waarschijnlijker was een jaar.
Dat kan ze zich niet veroorloven, bedenkt ze in Parijs, en ze boekt ter plekke een operatie bij een zelfstandige kliniek.
Terug in Nederland ligt ze een week later ’s ochtends op de operatietafel en is ze ’s middags weer thuis. Afspraakinformatie via de app, filmpjes over de nazorg ook, operatie op de geplande tijd, geen spoedgevallen tussendoor.
Haar zorgverzekeraar betaalt – een lager bedrag, want klinieken zijn goedkoper dan ziekenhuizen –, haar ziekenhuis ziet de wachtlijst weer wat slinken, zijzelf is snel en goed geholpen, haar patiënten hoeven de wachtkamer niet uit en de kliniek verdient wat geld.
Lees hier het volledige artikel.
