Eén op de twee Nederlanders is te zwaar, zo blijkt uit cijfers. Onderzoek levert in rap tempo nieuwe inzichten op. Internist-endocrinoloog Liesbeth van Rossum en obesitasarts Mariëtte Boon vertellen in deze reeks wat je moet weten over overgewicht.
Dat ene rolletje boven je broekband, of dat zwabberstukje onder je armen als je zwaait: we zijn geneigd om vooral met een negatieve blik naar ons lichaamsvet te kijken. Maar we mogen wel wat meer van ons vet gaan houden, stellen Liesbeth van Rossum en Mariëtte Boon. Zonder kunnen we namelijk niet.
Ons vetweefsel is een orgaan met een eigen functie, zegt internist-endocrinoloog Van Rossum. „Het vormt een heel efficiënte energievoorraad, waar we lang op kunnen teren in tijden van schaarste. Makkelijk aan kunnen komen en vet vasthouden, hielp ons vroeger overleven.’’
Goede hormonen
Ons vetweefsel maakt daarnaast verschillende hormonen aan die ons lichaam nodig heeft om goed te kunnen functioneren. „Een belangrijk hormoon daarbij is leptine. Dit hormoon zorgt er onder andere voor dat we ons na een maaltijd juist verzadigd voelen.’’ Bij vrouwen is dit vethormoon ook van belang voor de cyclus en dus de vruchtbaarheid.
Heb je geen of te weinig lichaamsvet, dan kun je erg ziek worden. „Leptine is ook belangrijk voor ons afweersysteem”, legt obesitasarts Boon uit. „Hoe minder lichaamsvet je hebt, des te minder leptine je aanmaakt. Mensen met veel te weinig lichaamsvet zijn daardoor vatbaarder voor infecties.’’
Lees hier het volledige artikel.
Reumapatiëntenvereniging Arnhem eo, RPVA, Reumapatiëntenvereniging, Reuma, Immuunziekten, gewrichtsaandoening, pijnlijke gewrichten
