Wat en hoe goed we ruiken, heeft mogelijk meer invloed op onze gezondheid en eetgewoontes dan we denken. Met een Vici-beurs van anderhalf miljoen euro van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) gaat de Wageningse Sanne Boesveldt de komende vijf jaar onderzoeken hoe reuk kan bijdragen aan een beter geheugen en gezonder eetgedrag.
Misschien ken je het wel: een vleugje sudderend vlees en je denkt direct terug aan kerst bij opa en oma. Of een zure zweetlucht dringt je neus binnen en je waant je weer tussen de touwen, klimrekken en puisterige tieners bij de gymles. Dat is geen toeval, volgens Sanne Boesveldt, universitair hoofddocent Humane Voeding en Gezondheid. “Het reukcentrum in de hersenen, de bulbus olfactorius, ligt dicht bij hersengebieden die betrokken zijn bij geheugen en emotie. Daardoor kan reuk een directe invloed hebben op cognitieve processen.”
Reuktherapie tegen geheugenverlies
Precies die nauwe relatie tussen geur en geheugen wil Boesveldt benutten om geheugenverlies tegen te gaan. Eerder onderzoek liet zien dat zogenaamde geurtraining bij reukverlies niet alleen het reukvermogen verbetert, maar mogelijk ook het geheugen positief beïnvloedt. Boesveldt wil dat nu systematisch onderzoeken bij een grote groep mensen met milde geheugenklachten. Proefpersonen ruiken dan enkele maanden tweemaal per dag aan vier verschillende sterke geuren. “Met speciale MRI-scans onderzoeken we of er dan veranderingen optreden in de hersenen”, legt Boesveldt uit.
Lees hier het volledige artikel.
