Veelbelovende medicijnen tegen het chronisch vermoeidheidssyndroom kunnen niet worden onderzocht omdat ze te duur zijn. ZonMw, dat namens de overheid onderzoeksgeld verstrekt, geeft wetenschappers momenteel alleen geld als ze middelen testen die van het patent af zijn. Dat moet hoge kosten en juridische problemen voorkomen.
Nederland telt naar schatting 30 tot 40 duizend patiënten met ME/CVS, een raadselachtig ziektebeeld dat wordt gekenmerkt door ernstige vermoeidheid en cognitieve problemen. Na jarenlange druk van patiënten heeft de overheid een landelijk onderzoeksprogramma opgezet: er is 3,5 miljoen euro beschikbaar om uit te zoeken of bestaande medicijnen baat hebben. Succesvolle middelen zouden ook patiënten met postcovid kunnen helpen: ME/CVS heeft een grote overlap met postcovid, dat hetzelfde klachtenpatroon kent.
Op verzoek van ZonMw heeft een onderzoeksbureau vorig jaar, met hulp van artsen, wetenschappers en patiënten, een lijst opgesteld van enkele tientallen kansrijke medicijnen. Het gaat om middelen waar internationaal al wetenschappelijk onderzoek naar is gedaan, soms alleen in het lab, soms bij patiënten, met wisselend resultaat. Nu de subsidies moeten worden toegekend blijkt dat veel van de medicijnen op die lijst helemaal niet voor onderzoeksgeld in aanmerking komen, omdat er nog een patent op rust.
Lees hier het volledige artikel.
