Een literatuuronderzoek naar opvattingen en behoeften van burgers en professionals
In Nederland zijn er drie bevolkingsonderzoeken om borst-, baarmoeder- en darmkanker vroeg op te sporen. Dat wordt gedaan om kanker zo goed mogelijk te kunnen behandelen. De bevolkingsonderzoeken hebben ook nadelen, zoals onterechte verdenkingen van kanker.
De verhouding tussen de voor- en nadelen kan worden verbeterd door inwoners gerichter voor de bevolkingsonderzoeken uit te nodigen. Dit kan door mensen op basis van bepaalde criteria, zoals familiegeschiedenis en (on)gunstige uitslagen van eerdere screeningen, vaker of minder vaak uit te nodigen. Om deze ‘risicogebaseerde kankerscreening’ goed te kunnen invoeren, is het belangrijk dat betrokkenen deze werkwijze steunen. Dat zijn zowel de mensen die ervoor in aanmerking komen als de professionals die betrokken zijn bij de bevolkingsonderzoeken.
Uit nationale en internationale wetenschappelijke onderzoeken blijkt dat inwoners en professionals vaak positief zijn over risicogebaseerde kankerscreening. Inwoners vragen zich wel af of deze manier van screening goed genoeg is om kanker op tijd te ontdekken. Ze zijn ook bang dat mensen schrikken als ze worden uitgenodigd voor een bevolkingsonderzoek omdat ze een hogere kans hebben op kanker. Goede communicatie over het doel en de werkwijze van risicogebaseerde kankerscreening vinden ze dan ook heel belangrijk. Professionals maken zich vooral zorgen over moeilijke praktische zaken bij de invoering van risicogebaseerde screening, zoals aanpassingen in het systeem en extra personeel.
Lees hier het volledige artikel.
