Zeeleeuwen dutten tijdens een diepe duik, vogels kunnen hun hersenhelften om en om uitrusten en mieren doen wel 250 powernapjes per dag. Hoe weten we dat, en wat zegt dat over het fenomeen slaap?
De een heeft minstens negen uur slaap nodig om de dag een beetje normaal door te komen, terwijl een ander prima functioneert op een uur of vijf. Dat lijken extremen, maar deze onderlinge uitersten zijn niets vergeleken met de verschillen die je in de rest van de dierenwereld kan tegenkomen. Zo slapen koala’s ruim twintig uur per dag, terwijl de dutjes van een stormbandpinguïn nooit langer duren dan vier seconden – al doet hij er daarom wel tienduizend per dag.
Als mens is het maar moeilijk voor te stellen dat we uitgerust zouden zijn met regelmatig een paar minuten of zelf seconden slaap. Wij zijn gewend aan ons eigen patroon met meerdere slaapcycli van anderhalf tot twee uur, en dat het liefst zo’n acht uur achter elkaar. We weten dat elke cyclus vier verschillende slaapstadia heeft en herkennen de hersengolven die met die stadia corresponderen. Maar dat is echt niet één op één te vertalen naar andere dieren, legt Jacqueline van der Meij uit, voormalig postdoc aan de Radboud Universiteit. De slaapstrategieën van dieren blijken bijna net zo omvangrijk als het dierenrijk zelf.
Lees hier het volledige artikel.
