Veel mensen met kanker blijven in hun laatste levensfase bloedverdunners gebruiken om bloedstolsels te voorkomen. Die stolsels kunnen leiden tot trombose of beroertes, maar de medicijnen verhogen ook het risico op bloedingen. Nieuw internationaal onderzoek van onder andere het UMC Utrecht laat zien dat die bloedingen vaker voorkomen dan de problemen die de middelen moeten voorkomen. Dat roept de vraag op of bloedverdunners in deze fase nog wel zinvol zijn.
Ongeveer de helft van de mensen met kanker gebruikt bloedverdunners aan het einde van hun leven. Bijvoorbeeld omdat ze eerder een hartritmestoornis, hartinfarct, beroerte of trombose hebben gehad. De bloedverdunners verkleinen de kans dat dit nog een keer gebeurt en dat er bloedstolsels ontstaan. Mensen met bepaalde type kankers lopen extra risico, onder andere door veranderingen in hun bloed en omdat ze minder bewegen. Het kan dan zinvol zijn om de middelen te blijven gebruiken.
Keerzijde van bloedverdunners
Maar bloedverdunners hebben ook een keerzijde: ze vergroten de kans op bloedingen. Juist mensen met kanker zijn hier gevoelig voor. Hun lichaam is kwetsbaarder, waardoor de kans op bloedingen stijgt. De gevolgen variëren van blauwe plekken en bloed in de urine tot ernstige bloedingen, zoals bloedbraken of hersenbloedingen.
Lees hier het volledige artikel.
