Recensie van ‘De mens als God’ door Andrian Woolfson.
Combineer DNA-onderzoek met kunstmatige intelligentie en je kan niet alleen de dodo of mammoet weer tot leven brengen: we zouden zelfs nieuwe soorten kunnen verzinnen. Een nieuw soort vis bijvoorbeeld, die zo ontworpen is dat hij wél bestand is tegen het nieuwe klimaat. Het klinkt misschien als een sciencefictionfilm waarin ook vliegende auto’s voorbijkomen en Mars bewoond is. Maar in het ruim vierhonderd pagina dikke ‘De mens als God’ zet de Amerikaanse onderzoeker en auteur Andrian Woolfson uitgebreid uiteen hoe de twee vakgebieden elkaar kunnen versterken, en zelfs verrassend veel op elkaar lijken.
Origamikunst en spaghetticodes
Dat doet hij door de lezer mee te nemen op ontdekkingstocht langs de werken van talloze briljante koppen, die vaak hun hele leven wijdden aan wat we nu als één stukje van de puzzel over het leven beschouwen. Van de Turing Machine tot de link tussen AI en gameontwikkeling, en van het conceptuele idee dat er ‘iets’ overerfbaars zou moeten bestaan naar het volledig biologisch herprogrammeren van virussen.
Aan de hand van rake metaforen en pakkende anekdotes neemt Woolfson ons mee langs de vele obstakels die door de tijd heen overwonnen zijn. Zo heeft het vouwen van eiwitten wel wat weg van origamikunst en zijn evolutionaire mutaties eigenlijk hetzelfde als spaghetticodes in programmeertaal. De vergelijking tussen DNA en taal maakt inzichtelijk hoe Large Language Models DNA kunnen ‘lezen’.
Lees hier het volledige artikel.
