Hoe angst ontstaat in je brein

Te bang zijn is niet goed, want dat leidt tot vermijdingsgedrag. Maar te weinig angst is ook niet wenselijk, want dan herken je gevaar niet op tijd. Hoe werkt angst in het brein?

Alsof ze op de rand van een ravijn balanceerde en elk moment naar beneden kon vallen, zo omschrijft Anouk Fourmanov haar angst om ziek te worden. Van jongs af aan had ze al de neiging haar handen vaak te wassen. Maar naarmate ze opgroeide, werd haar smetvrees steeds erger: ze was bang ziek te worden van onzichtbare dingen zoals bacteriën en virussen. Ze durfde niet meer naar een openbaar toilet, met de trein of naar plekken waar veel mensen samen kwamen. Als iemand voor haar op de fiets hoestte, hield ze haar adem in. “Ik wist heus wel dat dat ravijn er helemaal niet is, maar toch zei mijn gevoel dat onzichtbare viezigheid supergevaarlijk was”, zegt Fourmanov, die zelf arts is en weet dat je heus niet overal ziek van wordt.

Fourmanov is bepaald niet de enige. Bijna een op de vijf mensen krijgt ooit in het leven een angststoornis. Dat kan een dwangstoornis zijn, of een paniekstoornis. Ook sociale angststoornissen, hypochondrie (inbeelding van ziekte die er niet is), overmatig piekeren en post-traumatische stressstoornis komen veel voor. Dit soort angsten zijn irreëel. Maar vertel dat maar eens aan je brein. Wat gebeurt er eigenlijk in je hersenen als je bang bent?

Lees hier het volledige artikel.