Patiënten met pijn op de borst bij inspanning en boezemfibrilleren komen niet meer in aanmerking voor een intensief behandelprogramma voor hartrevalidatie. Dit concludeert Zorginstituut Nederland in zijn standpunt ‘Hartrevalidatie bij stabiele angina pectoris en atriumfibrilleren’, omdat er onvoldoende bewijs is voor de effectiviteit ervan. Het gaat jaarlijks om een groep van ongeveer 8.800 patiënten met deze 2 aandoeningen die hartrevalidatie krijgen voorgeschreven. Patiënten met instabiele pijn op de borst, een hartinfarct, hartfalen of patiënten die een hartoperatie hebben gehad, kunnen nog steeds hartrevalidatie krijgen.
Zorgprofessionals aangemoedigd om richtlijn aan te passen
Het Zorginstituut concludeerde bijna 10 jaar geleden op basis van beschikbaar wetenschappelijk onderzoek dat er onvoldoende onderbouwing is dat hartrevalidatie bij patiënten met pijn op de borst een effectieve behandeling is. Effectief betekent dat is aangetoond dat de behandeling goed werkt. Sindsdien heeft het Zorginstituut partijen aangemoedigd om de effectiviteit van deze behandeling te onderzoeken en de richtlijn aan te passen. Dit is onvoldoende gebeurd.
Weinig effecten van hartrevalidatie
Het Zorginstituut is in 2024 gestart met een nieuwe beoordeling om de effectiviteit te beoordelen van hartrevalidatie bij 2 aandoeningen: stabiele angina pectoris en atriumfibrilleren. Stabiele angina pectoris is pijn op de borst die ontstaat bij inspanning en die weer verdwijnt in rust. Atriumfibrilleren is een hartritmestoornis en staat ook wel bekend als boezemfibrilleren. Hierbij is de hartslag onregelmatig en vaak sneller. Het Zorginstituut komt nu met dit standpunt met daarin de volgende resultaten.
Lees hier het volledige artikel.
