In stelling: overtuigingskracht
Al krijg je nog zoveel bewijs voorgelegd, soms ben je toch niet overtuigd. We lijden allemaal aan een ‘bevestigings-bias’, leggen experts uit. Hoe ga je daar het best mee om?
Het lijkt zo simpel: als iets wetenschappelijk bewezen is, dan kun je het aannemen, en als er tegenbewijs is, dan moet je je overtuiging laten varen. Maar zo rationeel zitten mensen niet in elkaar: op basis van onze opvattingen en gevoelens nemen we het ene bewijs serieuzer dan het andere. Hoe zorg je dat je eerlijk blijft kijken naar bewijs? En hoe moet je het presenteren, als je andersdenkenden wilt overtuigen?
In 1979 kregen deelnemers aan een experiment een aantal wetenschappelijke studies te lezen. De artikelen waren verzonnen, maar dat wisten de proefpersonen niet. Een deel ervan toonde aan dat criminaliteit afnam na invoering van de doodstraf, maar de andere studies bewezen juist dat er geen verband bestond – tegenstrijdige resultaten dus. Je zou zeggen dat de deelnemers na het lezen wat voorzichtiger zouden zijn over hun opvatting – of ze nou voor of tegen de doodstraf waren, ze hadden sowieso tegenbewijs onder ogen gekregen. Maar niets bleek minder waar: de proefpersonen werden juist stelliger in hun mening. Door een redeneerfout die ‘bevestigingsbias’ heet, vonden ze het bewijs dat hun opvatting bevestigde enorm overtuigend. Het onderzoek dat tegenbewijs leverde, vonden ze maar zwak, en hadden ze genegeerd.
Lees hier het volledige artikel.
