Continue glucosesensor verbetert glucosecontrole bij diabetes type 2

Mensen met diabetes type 2 die insuline gebruiken, behalen betere glucosewaarden wanneer zij een continue glucosesensor (CGM) gebruiken. Dat blijkt uit de Britse FreeDM2-studie onder 303 volwassenen met diabetes type 2, die behandeld werden met insuline en eventueel andere glucoseverlagende medicatie.

Zelfmanagement
De deelnemers hadden bij aanvang van de gerandomiseerde studie gemiddeld al bijna 17 jaar diabetes. Van de deelnemers kregen 198 personen een CGM en 105 een traditionele bloedglucosemeter voor het uitvoeren van vingerprikken. De onderzoekers volgden de deelnemers gedurende 2 periodes van elk 16 weken. In de eerste periode stonden zelfmanagement en het zelfstandig aanpassen van de insulinedosis centraal. In de tweede periode kregen deelnemers extra ondersteuning van zorgverleners, waarbij de behandeling indien nodig werd aangepast.

Lager HbA1c
De deelnemers die een CGM gebruikten, behaalden gemiddeld een lager HbA1c dan de groep die de bloedglucose controleerde met vingerprikken. Na 16 weken was het HbA1c in de CGM-groep gedaald van 8,8 naar 8,0 procent, tegenover een daling van 8,8 naar 8,7 procent in de controlegroep. Na 32 weken kwam het gemiddelde HbA1c uit op 7,8 procent in de CGM-groep en 8,3 procent in de controlegroep.

Lees hier het volledige artikel.

 

Geef een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.