Mensen met autisme zouden niet empathisch zijn, geen sociaal contact willen en slecht tegen veranderingen kunnen. Over autisme bestaan nog altijd veel vooroordelen en aannames. Twee experts reageren in de Autismeweek op vijf stellingen over autisme.
- Autisme is geen hersenziekte
Els Blijd-Hoogewys, klinisch psycholoog, psychotherapeut en onderzoeker op het gebied van autisme:
“Het is geen ziekte, in die zin dat het iets is wat je oploopt of moet genezen. Het is meer een ontwikkelingsverschil in je hersenen. Vroeger werd er een onderscheid gemaakt tussen verschillende soorten autisme, zoals klassiek autisme, asperger en pdd-nos.”
“Onderzoek leverde niet genoeg onderbouwing op voor zo’n indeling. Daarom wordt nu de classificatie autismespectrumstoornis (ass) gebruikt. Tegelijkertijd wordt steeds vaker gesproken over neurodiversiteit, waarbij autisme wordt gezien als een natuurlijke variatie in hoe mensen denken, voelen en informatie verwerken.”
“Autisme is niet bij iedereen hetzelfde. De kenmerken kunnen per persoon verschillen en de ene persoon kan de kenmerken sterker hebben of ervaren dan de andere. Niemand kan een beetje autisme hebben; je kunt ook niet een beetje zwanger zijn. In Nederland heeft zo’n 1 tot 3 procent van de bevolking autisme.”
Céline Mollink, gz-psycholoog, orthopedagoog, autismecoach, ervaringsdeskundige en auteur van het boek AutismeKracht:
“Autisme is geen officieel bewezen stoornis in het brein, maar het is een anders werkend brein. Daarom spreken we liever van een neurodivergent brein: een brein dat anders is ‘bedraad’ en informatie op een andere wijze verwerkt. De meest voorkomende kenmerken van autisme zijn: prikkelgevoeligheid, behoefte aan voorspelbaarheid en duidelijkheid, moeite met sociale interactie en vaak een sterk oog voor detail.”
Lees hier het volledige artikel.
