In tegenstelling tot wat blijkt uit eerdere onderzoeken hebben transgender vrouwen die het hormoon oestradiol gebruiken voor hun transitie, géén verhoogd risico op een hartinfarct en een beroerte in vergelijking met mannen uit de algehele Nederlandse bevolking.
Dit blijkt uit een grootschalige studie van Amsterdam UMC met data van ruim 4.000 transgender personen. Het onderzoek is 5 november gepubliceerd in het European Heart Journal. De onderzoekers vermoeden dat de hormoonbehandeling die transgender vrouwen ontvangen een beschermend effect heeft op hart en bloedvaten.
Bij transgender personen komt het geslacht dat bij de geboorte is toegewezen niet overeen met de ervaren genderidentiteit. Veel van hen kiezen daarom voor een hormoonbehandeling om uiterlijke kenmerken te ontwikkelen die beter passen bij hun genderidentiteit. Denk daarbij aan borstgroei of een lagere stem. Voor transgender vrouwen bestaat de hormoonbehandeling uit het vrouwelijke hormoon oestradiol, vaak in combinatie met een testosteronremmer. Voor transgender mannen is dit het mannelijke hormoon testosteron.
Beschermende effecten
Bij transgender vrouwen, maar ook bij vrouwen uit de algehele bevolking, lijkt oestradiol een beschermend effect te hebben op het hart en de bloedvaten. Martin den Heijer, hoogleraar endocrinologie aan Amsterdam UMC: “Eerdere studies suggereerden een hoger risico op hartinfarct en beroerte voor transgender vrouwen ten opzichte van personen met hetzelfde geboortegeslacht, oftewel met mannen uit de algehele bevolking. Dat begrepen we niet goed. Nu vinden we dus geen verhoogd risico op herseninfarcten en zelfs een lager risico op een hartinfarct voor transgender vrouwen die oestradiol gebruiken. Deze bevindingen sluiten goed aan bij wat we weten over de vermoedelijke beschermende effecten van oestradiol op het hart en de bloedvaten. Met dit onderzoek hebben we een vraagstuk opgelost dat ons lang heeft beziggehouden.”
Lees hier het volledige artikel.
