Onderzoekers van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) kunnen voortaan ook pas maanden na iemands dood een fatale overdosis morfine opsporen. Eerder kon dat alleen in de eerste vier weken na overlijden.
Toxicologisch onderzoek naar zo’n overdosis morfine als mogelijke doodsoorzaak was vooral op bloed gericht. Maar nieuw onderzoek laat zien dat het NFI daar ook spierweefsel uit de bovenbenen en hersenweefsel voor kan gebruiken.
De concentratie morfine in de grote dijspier was na het onderzoek van dertien weken het minst veranderd ten opzichte van de rest van het lichaam. Ook in het hersenweefsel verandert de waarde nauwelijks.
“Dat helpt ons om ook op de langere termijn beter te bepalen of er sprake was van een morfinevergiftiging”, vertelt hoofdonderzoeker Rogier van der Hulst aan NU.nl. “Die extra zekerheid is niet alleen belangrijk voor de strafrechtelijke onderzoeken, maar ook voor nabestaanden die willen weten waaraan hun dierbare is overleden.”
Lees hier het volledige artikel.
