Een medicijn dat vaak wordt voorgeschreven bij chronische maagklachten werkt niet beter dan een placebo. Zelfs een genetische selectie van ‘geschikte’ patiënten maakt geen verschil. Wat wel telt, is of patiënten dénken dat ze het middel krijgen.
Dat blijkt uit een studie van het Maastricht UMC+, gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift Clinical Gastroenterology and Hepatology.
Het gaat om nortriptyline, een middel dat oorspronkelijk is ontwikkeld als antidepressivum en vaak wordt ingezet bij mensen met functionele dyspepsie. Deze aandoening veroorzaakt langdurige klachten zoals maagpijn, een opgeblazen gevoel en snel vol zitten, zonder dat artsen een duidelijke lichamelijke oorzaak kunnen vinden. Nortriptyline staat opgenomen in behandelrichtlijnen en geldt als een standaardoptie wanneer andere behandelingen onvoldoende effect hebben.
Gerichter voorschrijven
Het bewijs voor de effectiviteit van nortriptyline bij maagklachten is echter niet eenduidig, terwijl sommige patiënten last krijgen van vervelende bijwerkingen. Daarom onderzochten de onderzoekers of het middel beter zou werken wanneer het gerichter wordt voorgeschreven. In de studie kregen alleen patiënten nortriptyline die het middel volgens hun DNA normaal afbreken. Mensen bij wie het medicijn te langzaam wordt verwerkt – en die daardoor een verhoogde kans hebben op bijwerkingen – deden niet mee.
Lees hier het volledige artikel.
