Onderzoek aangeboren hartafwijkingen

‘Dierenharten leren ons veel over ons eigen hart; ze hebben dezelfde anatomie’
Een neushoorn, een olifant, een wat kleinere flamingo en een gewone hond. Noem alle dieren die je kent op en de kans is groot dat kinderhartchirurg dr. Yannick Taverne er in zijn kamer in Erasmus MC een hart van heeft staan. ‘Behalve een krokodillenhart, dat staat nog op mijn wensenlijstje.’

Zijn verzameling dierenharten staat verspreid over de ruimte. In en op kasten, op de vensterbank – een neushoornhart met prachtig uitzicht op de stad – en op een tafel. Elk hart in zijn eigen pot met sterk water. Sommige van glas, anderen van plastic. ‘Kijk maar om je heen’, zegt Taverne trots. ‘Ik heb er zo’n zeshonderd in totaal. Een groot aantal heb ik van Diergaarde Blijdorp in Rotterdam heb gekregen.’

Dierenharten in de snijzaal
Zijn eerste dierenhart was dat van een varken, kort daarna kreeg hij er een geitenhart bij. Daarmee werd zijn interesse voor de anatomie gewekt. Jaren later maakte Taverne er ook zijn werk van. Hij begon met een specialisatie in de hartanatomie – en dan vooral in de evolutionaire biologie van het hart – en specialiseerde zich daarna verder tot kinderhartchirurg. Als hartanatoom gebruikt hij zijn inmiddels gegroeide verzameling dierenharten samen met menselijke harten voor zijn lessen aan aankomend hartspecialisten in de snijzaal.

Lees hier het volledige artikel.