Als zorgverleners stoppen, raakt dat ons allemaal

Steeds vaker horen we zorgverleners zeggen dat ze stoppen. Niet omdat ze hun vak niet meer willen uitoefenen, maar omdat het werk onder de huidige omstandigheden volledig onhoudbaar is geworden. Te weinig collega’s, te veel taken, steeds hogere verwachtingen en nauwelijks ruimte om het werk nog goed te doen. Het recente opiniestuk in Trouw verwoordt dat scherp en eerlijk.

Deze verhalen worden vaak gelezen als een probleem van de zorgsector. Maar dat is te beperkt. Wat hier gebeurt, raakt uiteindelijk iedereen.

Wanneer zorg wordt afgeschaald, verplaatst of niet langer geleverd kan worden, verdwijnt zij namelijk niet. Ze wordt verschoven. Naar huis. Naar het netwerk. Naar partners, kinderen, ouders, buren. Naar mantelzorgers. Mensen zoals jij en ik.

Dat is geen toevallige uitkomst van personeelstekorten. Het past in een bredere beleidsrichting.

Onder termen als zelfredzaamheid, langer thuis, informele zorg en samenredzaam is de afgelopen jaren een duidelijke koers ingezet: professionele zorg wordt teruggebracht, terwijl van naasten wordt verwacht dat zij meer overnemen. Die verwachting wordt zelden hardop uitgesproken, maar wel structureel ingebouwd in beleid, indicatiestelling en uitvoering.

Dat is geen toevallige uitkomst van personeelstekorten. Het past in een bredere beleidsrichting.

Onder termen als zelfredzaamheid, langer thuis, informele zorg en samenredzaam is de afgelopen jaren een duidelijke koers ingezet: professionele zorg wordt teruggebracht, terwijl van naasten wordt verwacht dat zij meer overnemen. Die verwachting wordt zelden hardop uitgesproken, maar wel structureel ingebouwd in beleid, indicatiestelling en uitvoering.

Lees hier het volledige artikel.

 

Geef een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.